AOW-plannen hele kluif voor P&O'er

De AOW-plannen van het kabinet worden een hele kluif voor de P&O-afdelingen van bedrijven. Er komen veel meer ouderen op de werkvloer en die hebben allemaal recht op aangepast werk, zodat ze niet te vroeg verslijten. Het kabinet verhoogt namelijk niet alleen de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Ook de ruimte voor aanvullende pensioenen wordt verkleind en het arbobeleid wordt aangescherpt, om te bevorderen dat mensen langer kunnen doorwerken. Tegelijkertijd wordt het aantrekkelijk voor ouderen om hun AOW uit te stellen en te blijven werken.

Voor veel deskundigen kwam het plan van het kabinet om de AOW-leeftijd te verhogen niet onverwacht. Nederland vergrijst. De gemiddelde leeftijd van de bevolking stijgt door verbetering van de gezondheidszorg en de welvaart. Tegelijkertijd hebben we te maken met ontgroening. Er worden steeds minder kinderen geboren. Dat gaat wringen, want mensen die langer leven doen ook langer een beroep op een AOW-uitkering en als de beroepsbevolking almaar kleiner wordt zijn er steeds minder premiebetalende werknemers. Ter illustratie: tegenover één AOW-gerechtigde stonden in 1957 ruim zes mensen die de premie betaalden. In 2035 zal de verhouding één AOW'er op twee premiebetalers zijn. Om de AOW betaalbaar te houden wil het kabinet daarom de leeftijd waarop iedereen AOW kan krijgen verhogen en zorgen dat mensen langer blijven werken en dus ook langer premie betalen.

Verhoging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd gaat in twee stappen omhoog. De eerste stap vindt plaats in 2020. Dan gaat de AOW-leeftijd naar 66 jaar. Dit geldt voor de mensen die zijn geboren tussen 1955 en 1960. De tweede stap volgt in 2025. Voor mensen die zijn geboren in 1960 of later wordt de AOW-leeftijd 67 jaar. Dit betekent dat er voor de babyboomers, die geboren zijn tussen 1945 en 1955, niets verandert. Deze generatie had ook al de mazzel dat men bij de afschaffing van de VUT-regelingen werd ontzien. Alleen de babyboomers die er tijdens hun midlifecrisis vandoor zijn gegaan met een veel jongere partner hebben pech. Als hun partner 10 jaar jonger is krijgen ze vanaf 2011 geen AOW-partnertoeslag meer.

Ingreep bij aanvullende pensioenen

Het kabinet wil ook dat de pensioenleeftijd bij bedrijven omhoog gaat. De zogenaamde pensioenrichtleeftijd in de belasting gaat in 2020 eveneens naar 67 jaar en de periode waarbinnen pensioen kan worden opgebouwd wijzigt. Nu kan je nog in 35 jaren een pensioen opbouwen van 70% van het loon, straks zal dit in 37 jaren zijn. Hierdoor wordt het opbouwpercentage bij een eindloonregeling verlaagd van 2,0% naar 1,9% per jaar. Bij middelloonregelingen gaat het percentage omlaag van 2,25% naar 2,15% per dienstjaar. Wat de gevolgen hiervan zijn voor de aanvullende pensioenregelingen is nog niet duidelijk. Opletten dus als uw bedrijf een eigen pensioenregeling heeft. De komende maanden moeten vakbonden en werkgeversorganisaties hier overleg over hebben. Dit zullen geen gemakkelijke onderhandelingen worden. Door de lagere opbouwpercentages dalen de kosten van pensioenregelingen. De vakbeweging wil de vrijkomende ruimte gebruiken om mensen toch eerder met pensioen te kunnen laten gaan dan met 67 jaar. De werkgeversorganisaties zien er juist een kans in om de pensioenlasten te verlagen en mensen langer te laten werken. Zij vrezen straks door de vergrijzing met personeelstekort te zitten.

Langer doorwerken

Ook het kabinet zet in op langer doorwerken. Werkgevers moeten ouderen via leeftijdsbewust personeelsbeleid in staat stellen langer in dienst te blijven. De laatste jaren is het aantal ouderen dat blijft werken al geleidelijk gestegen van 7% in 1997 naar 12% in 2006. Voor het kabinet is dat genoeg. Werkgevers én werknemers krijgen de wettelijke plicht om te zorgen dat werknemers op een gezonde manier kunnen blijven werken tot hun 67ste. In de Arbowet wordt geregeld dat de werkgever de gezondheid van werknemers goed moet volgen, moet zorgen voor goede arbeidsomstandigheden en voor tijdige om- en bijscholing. Ook wordt gestimuleerd dat bedrijven meer gebruikmaken van instrumenten om duurzame inzetbaarheid te testen, zoals de Work Ability Index (WAI) en het periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO).

Het kabinet verwacht daarbij nogal veel van het bedrijfsleven. In de visie van minister Donner begint een duurzaam inzetbaarheidbeleid al bij de indiensttreding van de werknemer en heeft het betrekking op de inrichting van arbeidsplaatsen, de werkmethoden, de gebruikte arbeidsmiddelen, de arbeidsinhoud en de samenstelling en toewijzing van taken.

Zware beroepen

Werknemers die dertig jaar een zwaar beroep uitoefenen, moeten van hun werkgevers een aanbod krijgen voor minder belastend werk. Is dat er niet dan hebben ze recht op begeleiding naar werk bij een ander bedrijf. Als de werkgever dit niet doet, dan moet hij ervoor zorgen dat de werknemer toch op zijn 65ste kan stoppen. Daarvoor moet hij 140 procent van het jaarsalaris storten op een geblokkeerde spaarrekening. De werknemer kan dit geld dan vanaf zijn 65ste opnemen. Zo heeft hij tot zijn 67ste nog 70% van zijn oude loon. Het lijkt een beetje op de wedergeboorte van de oude VUT. De strijd over de vraag wat zware beroepen zijn is inmiddels al in alle hevigheid losgebarsten. Volgens minister Donner gaat het om beroepen die leiden tot ernstige en onherstelbare fysieke slijtage, als je ze langer dan 30 jaar uitvoert. Hij heeft de vakbonden en werkgeversorganisatie gevraagd te komen met voorstellen wat als een zwaar beroep kan worden gezien. Vakbond FNV/ Bondgenoten stelde voor een inkomensgrens te hanteren. Iedereen die per jaar minder verdient dan € 35.000 heeft een zwaar beroep en mag nog op zijn 65ste met pensioen. Dat voorstel is direct van tafel geveegd door het kabinet. Wat ervoor in de plaats komt is nog onduidelijk. Het komt neer op een VUT-regeling voor lagere inkomens.

Beloning voor jonge starters

Voor mensen die al jong zijn begonnen met werken blijft het wel mogelijk op de AOW al op het 65ste te laten ingaan. Voorwaarde is dat ze 1225 uur per jaar hebben gewerkt en in dat jaar minimaal
het wettelijk minimumloon hebben verdiend. Ze krijgen wel hun hele leven lang een lagere AOW-uitkering. De korting zal ongeveer 13% zijn als ze kiezen voor een AOW-uitkering vanaf hun 65ste. Voorwaarde is wel dat deze werknemers zoveel aanvullend pensioen hebben dat ze niet in de bijstand komen.

Flexibele AOW-leeftijd

Het wordt mogelijk de AOW-uitkering nog later dan op het 67ste jaar te laten ingaan. Iedereen mag ervoor kiezen de AOW-uitkering uit te stellen. Dat kan voor maximaal 5 jaar. Wie ervoor kiest de
AOW later in te laten gaan, krijgt voor de rest van het leven een hogere AOW-uitkering. De AOW
mag ook gedeeltelijk worden uitgesteld. Dit maakt deeltijdpensioen aantrekkelijk. Het is dan wel
zaak dat ook de aanvullende pensioenregeling de mogelijkheid van deeltijdpensioen kent.

Uitdaging voor P&O'ers

De discussie over de kabinetsplannen is afgelopen najaar al in alle hevigheid gevoerd. Met hand en tand hebben de vakbonden zich verzet. Ze konden echter geen alternatief bedenken. Hun aandacht richt zich nu op de regeling voor zware beroepen. De komende maanden zal daar de nadruk op liggen in de pers. Ligt daar ook de uitdaging voor P&O'ers? Of kijkt u meer naar andere zaken, zoals de aanpassing van de aanvullende pensioenregelingen of de uitwerking van het nieuwe arbobeleid? Zeker is dat u in uw werk met deze onderwerpen de komende maanden en jaren heel wat te maken zult krijgen.

Hasko van Dalen, directeur Beleidsontwikkeling Pensioenen bij Nationale-Nederlanden

Lees meer over het webinar van NN pensioen

Schrijf u in voor de webinar

 

Verschijnt er geen aanmeldformulier? Mail dan uw gegevens naar aanmelden_nn@quadia.nl

Vul de polls in!
Leg je eigen accent op de discussie. Beïnvloed de discussie en geef hier aan welke onderwerpen voor jou van belang zijn!