Een werknemer had een kort geding aangespannen omdat hij geen ketting met een christelijk kruis over zijn uniform mag dragen. Vrouwelijk, islamitisch personeel mag wel een hoofddoek op hebben. De man stelde dat het GVB verschillende religies ongelijk behandelt.
De rechtbank concludeert echter dat dit niet aan de orde is. Het bedrijf beroept zich namelijk op een algemeen kledingvoorschrift: geen enkel personeelslid mag zichtbaar kettingen dragen, of daar nou een kruis aan hangt of niet. Die regel moet de veiligheid vergroten. Volgens de rechtbank is dit een redelijk voorschrift.
Bovendien staat het de man vrij om op een andere manier uiting te geven aan zijn geloof. Zo mag hij wel een armband of een ring met een kruis dragen. Moslima's die voor het GVB werken, moeten overigens een hoofddoek met het logo van het bedrijf dragen.
De werknemer is van Egyptische afkomst. Hij droeg een ketting die tot halverwege de borst hing met een kruisje van ongeveer 5 centimeter lang.
Zie ook: de uitspraak van Rechtbank Amsterdam
Bron: (c) ANP 2009 alle rechten voorbehouden

P&Oactueel heeft een groep op
Altijd als eerste op de hoogte met de gratis 
