Begin januari verschijnt er een publicatie over, geschreven door YER en Intelligence Group.
Het rapport heet ‘De Nederlandse Arbeidsmarkt 2011-2015, Paradoxale ontwikkelingen op een krappe Arbeidsmarkt’. Volgens Valeri Berns van YER is de gedachte ontstaan tijdens het lezen van de krant: ‘Al die berichten lopen door elkaar heen. Het ene bericht stelt dat mensen tot hun 67ste moeten doorwerken, andere artikelen gaan over 50-plussers die niet meer aan de bak kunnen komen. We hebben het over moeders die moeten werken, terwijl we ons na vorige week ook kunnen afvragen hoe veilig die crèches zijn. We wilden een publicatie schrijven omdat volgens ons meer mensen hier tegenaan lopen.’
Wervingsproblemen
De eerste paradox gaat over wervingsproblemen, die misschien helemaal geen wervingsproblemen zijn volgens Valeri Berns. ‘In de publicatie betogen we dat wervingsproblemen eigenlijk organisatieproblemen zijn. Als je ziet hoe slecht er met sollicitanten wordt omgegaan, dat is soms echt ongelofelijk. De helft van de sollicitanten krijgt niet eens een afwijzingsbriefje, die gaan dus nooit meer een tweede keer bij je solliciteren. Het ligt meer aan de manier waarop je de dingen organiseert, dan dat er een tekort aan mensen is. Bij de meeste organisaties ontbreekt een recruitmentplan, heeft men geen recruitmentsysteem en is men zich niet bewust van zijn werkgeversimago. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk: in sommige sectoren is er echt een tekort aan specialisten en is er een serieus wervingsprobleem.’
Wat daarmee samenhangt is het slechte werven: ‘Er wordt maar weinig geïnvesteerd in recruiters. Dit zie je bijvoorbeeld terugkomen in het feit dat organisaties 7,5 keer meer uitgeven aan het afscheid nemen van mensen dan aan het aantrekken van talent. Heel verontrustend!’ We hebben lang gedacht dat iedereen wel kon werven. Nu komen we erachter dat het een serieus vak is waarvoor je goed opgeleid moet worden. Dat gebeurt nog niet.’
Landelijk of regionaal
Een tweede paradox is dat werkgevers steeds verder gaan werven (door het hele land, soms zelfs over de grens), terwijl werknemers steeds meer regionaal georiënteerd zijn. Werknemers willen maximaal ongeveer 45 minuten per dag reizen, maar in die tijd kun je in 2010 minder ver komen dan tien jaar geleden. Maar niet alleen slibben de wegen dicht, ook de huizenmarkt is op slot. Vroeger waren mensen nog bereid om te verhuizen voor een baan, maar met deze huizenmarkt ligt dat anders.’
Een oplossing voor werkgevers zou dus kunnen zijn door regionaler in te zetten op de werving, en mensen te ondersteunen in het verhuizen. Als je niks doet, beperk je je in het talent. Mensen gaan geen uur in de file meer staan. ‘En investeer in bereikbaarheid. Als je toch die professional uit de andere kant van het land zoekt, zorg dan dat je in de buurt van een treinstation zit of thuiswerken mogelijk maakt.’
Social media
De derde en laatste paradox uit het rapport betreft de social media. ‘Er is inmiddels een oerwoud aan oriëntatiebronnen ontstaan. En tegelijkertijd zien we dat steeds minder mensen ze ook echt gebruiken. Werknemers denken dat ze goed kunnen zoeken op het internet, terwijl ze de helft van de voor hen relevante vacatures niet kunnen vinden. Een oplossing? Lastig. Denk vooral niet dat social media het ei van Columbus is. Zie het als één van de middelen. Welke doelgroep heb je, en hoe kun je die bereiken? Soms is een ouderwetse banenmarkt het handigst. Soms is dat bannering op een relevante niche site. Recruitment word bovendien steeds meer marketing, het gaat erom dat we banen gaan verkopen aan mensen. Daarvoor moet je je doelgroep kennen en weten waarmee je die bereikt en waarmee je die in beweging krijgt.’
Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel.
Lees ook:
> 'Organisatie kan niet meer om diversiteit heen'
> ‘Bescherm bedrijven in plaats van werknemers’
> 'Gebrekkig HR-beleid komt terug als boemerang'
P&Oactueel heeft een groep op 