Dat blijkt uit onderzoek waarop Sandra van Oostrom aanstaande dinsdag op promoveert.
Van Oostrom deed haar onderzoek bij het VU medisch centrum. Daar ontwikkelde ze een methode die een zieke werknemer met stressklachten en zijn leidinggevende helpt om onder begeleiding van een neutrale arbo-professional, knelpunten op het werk te bespreken en samen op te lossen.
Van Oostrom: ‘Bedrijfsartsen gebruiken momenteel een richtlijn waarbij vooral gekeken wordt naar persoonlijke factoren rondom het verzuim. In dit onderzoek hebben we meer oplossinggericht gekeken naar werkfactoren omdat we dachten dat dat verschil zou maken.’
Participatieve werkaanpassing
Van Oostrom deed onderzoek naar de participatieve methode voor werkaanpassing. In het onderzoek ontving een groep werknemers van Corus, de VU en VUmc de participatieve werkaanpassing. Een vergelijkbare groep werknemers ontving alleen de gebruikelijke begeleiding van de bedrijfsarts.
‘Bij deze nieuwe methode voeren we drie gesprekken. Het eerste gesprek is met de zieke werknemer. Daarin maken we een taakanalyse: we beschrijven heel gedetailleerd wat iemand doet tijdens een dag. Ook kijken we naar belemmeringen om weer aan de slag te gaan. Dat kan concentratieverlies zijn, maar ook werkdruk en communicatieproblemen kwamen naar voren. Het tweede gesprek voeren we met de leidinggevende, daarin kijken we ook naar belemmeringen om weer aan het werk te gaan. Het derde gesprek wordt gevoerd met werknemer èn leidinggevende. Eigenlijk is dat een brainstormsessie over concrete oplossingen. Het belangrijkste was dat er consensus over de te nemen maatregelen was. Alleen dan was er draagvlak mogelijk en konden de neuzen de zelfde kant op staan.’
Na de participatieve werkaanpassing verzuimden sommigen mensen maar liefst 65 dagen minder. Het bedrijf kon zo circa 6000 euro besparen.
Motivatie
Uit het onderzoek bleek ook dat de positieve effecten niet voor iedereen golden. ‘Wat uit blijkt te maken is of iemand gemotiveerd is om weer aan het werk te gaan als klachten nog niet weg zijn. Mensen die vinden dat ze pas aan het werk kunnen als de klachten volledig verdwenen zijn, hebben geen baat bij het overleg en de werkaanpassingen. Dat verschil zit hem waarschijnlijk in de motivatie van deze mensen of in de cognities die ze hebben over werken met klachten. Sommige mensen zijn bang voor verergering van klachten als gevolg van werkhervatting, terwijl uit onderzoek juist blijkt dat dat niet zo is.’
P&Oactueel heeft een groep op 