De taskforce, die in april vorig jaar is begonnen, heeft tot doel vrouwen met een kleine deeltijdbaan te stimuleren meer uren te gaan werken. Met het oog op de vergrijzing is vergroting van de arbeidsdeelname hard nodig om alle voorzieningen betaalbaar te houden. Veel vrouwen zeggen wel meer uur te willen werken, maar in de praktijk doen ze het niet. Uit gesprekken met vrouwen blijkt dat zij meer flexibiliteit nodig hebben, zei voorzitter Pia Dijkstra van de taskforce dinsdag in Den Haag.
Belemmeringen
Tijdens de projecten wordt onderzocht wat vrouwen belemmert meer te gaan werken en hoe die belemmeringen kunnen worden weggenomen. Er werken 27 werkgevers aan mee, waaronder enkele ziekenhuizen, het ministerie van Sociale Zaken, maar ook kleinere bedrijven in de detailhandel.
In Nederland werken wel veel vrouwen, maar vergeleken bij andere Europese landen hebben zij vaak een baan van minder dan 24 uur per week. En dat zijn niet alleen vrouwen met kleine kinderen. Ook als de kinderen groter zijn, gaan vrouwen niet meer werken. 'Carrière maken kan niet in kleine deeltijdbanen', aldus Dijkstra. Misschien is dat gebrek aan carrière ook wel een reden dat vrouwen niet meer uur gaan werken als de kinderen groter worden.
Uitbreiding van het aantal uur is vaak ook geen onderwerp van gesprek tussen werkgever en werknemer, aldus Dijkstra. 'Is er ergens een vacature van 16 uur, dan wordt iemand voor dat aantal uur geworven, en niet gevraagd of anderen misschien meer willen werken.' Ook dat moet vanzelfsprekender worden.
Vaak wordt gezegd dat vrouwen geen ambitie hebben. Daarom heeft de werkgroep de aanzet gegeven tot een onderzoek naar de ambitie van vrouwen. De uitkomsten worden in november gepresenteerd op een internationale conferentie in Amsterdam.
Bron: ANP
P&Oactueel heeft een groep op 
De Voorzitter van de Taskforce heeft vanuit haar rol en positie in de pers een beeld van de Nederlandse vrouw gegeven dat afwijkt van het door haar voorgestane ideaal beeld. Haar perceptie van de werkelijkheid rond arbeidsparticipatie lijkt daarmee af te wijken van de perceptie van een groot aantal vrouwen.
Misschien had naast de behoefte van de overheid ook het behoeftepatroon van de al dan niet werkende vrouw kunnen staan. Laatstgenoemd behoeftepatroon bepaalt in hoge mate de effectiviteit van stimuleringsmaatregelen.
Misschien heeft een substantieel deel van de vrouwen er minder behoefte aan om geleefd te worden (moeten) en er meer behoefte aan om - waar haalbaar en mogelijk - zelf de invulling van hun leven te bepalen (mogen).
Het verschil in perceptie tussen "moeten" en "mogen" speelt dikwijls een sleutelrol in de beleving van mensen en de attitude ten opzichte van de arbeidsmarkt die zij vervolgens ontwikkelen.
In onze samenleving mogen (ook) vrouwen zelf hun ambities bepalen en gelukkig doen ze dat ook steeds vaker.
Het is niet aan anderen om te bepalen welke ambities "men dient te hebben".