Dat zegt Valeri Berns van YER op basis van twee rapporten over HR-ontwikkelingen.
Flexibilisering van het personeelsbestand
Flexibilisering van arbeid is de trend volgens Berns. Bedrijven hebben lering getrokken uit de economische crisis. Méér dan ooit komt de flexibilisering van het personeelsbestand op de agenda te staan. Bedrijven zullen onderzoeken of ze hun vaste kern van werknemers kunnen verkleinen en kunnen aanvullen met werknemers waarmee zij een meer flexibelere arbeidsrelatie aan kunnen gaan (zzp’ers, gedetacheerden, uitzendkrachten).
‘Het voordeel voor werkgevers is dat ze veel kosten kunnen besparen in tijden van crises zoals we die nu gezien hebben. Flexibilisering zal de bedrijfsvoering echt ten goede komen. Maar ook vanuit werknemerskant zie je die tendens: mensen willen steeds flexibeler zijn. Ondanks de onzekerheid tijdens de economische crisis zijn nog nooit zoveel mensen zzp’er geworden als de afgelopen maanden. Mensen vragen zich af waarom ze ontevreden en ondergewaardeerd bij een baas blijven hangen als ze het allemaal ook zelf kunnen regelen.’
HR uitdaging
De grootste uitdaging voor HR is te bekijken welk werk je met een (afgeslankte) vaste kern wil doen en waarvoor je een flexibele schil nodig hebt. Met andere woorden: welk werk hou ik zelf en welk werk besteed ik uit? ‘Waar we doorlopend op hameren bij onze klanten is dat ze een strategische planning moeten maken: waar wil je over 5 jaar staan en welke mensen heb je daarvoor nodig? Als de economie aantrekt wordt het echt een stuk moeilijker om mensen te vinden. Het is niet meer zo makkelijk als voorheen.’
Volgens Berns moeten bedrijven zich afvragen of het wel nodig is om iedereen op de payroll te hebben staan die er nu opstaat. ‘Een mooi voorbeeld vind ik alle accountants. Accountantskantoren hebben hun pieken in de zomerperiode omdat ze dan het meeste werk hebben. Maar in september en oktober is het dan heel rustig, terwijl dat net de periode is waarin binnen bedrijven de eindejaarsrekening gemaakt wordt. Waarom combineer je die twee niet? Er zijn veel creatiever oplossingen mogelijk.’
Vijver voller, geen gouden karpers
Corporate recruiters en arbeidsbemiddelingsbureaus constateren een verhoging in het aantal reacties op vacatures, maar constateren eveneens dat de kwaliteit van de respons niet navenant stijgt. De arbeidsmobiliteit steeg weliswaar het derde kwartaal van 2009 van 11,3 procent naar 14,2 procent. Deze toename kwam echter vrijwel geheel op het conto van de werklozen, in het segment werkenden bleef de arbeidsmobiliteit onverminderd laag.
Het alloceren van dit talent blijft moeilijker dan onder deze marktomstandigheden mag worden verondersteld. Goede werknemers voelen er bovendien weinig voor in deze onzekere tijden te switchen van werkgever; de mobiliteit is uit de arbeidsmarkt. Veel vacatures blijven dus ook in deze periode lastig invulbaar.
Achterdeur dicht en werven
Twee dingen zijn daarom volgens Berns voor HR noodzakelijk: de achterdeur dichthouden en al onmiddellijk beginnen met werven.
‘Mensen hebben er de afgelopen tijd voor gekozen om even te blijven overwinteren bij hun werkgever. Maar wanneer de economie weer een beetje aantrekt, zal de arbeidsmobiliteit stijgen en gaan mensen massaal weer weg. Bedrijven moeten de achterdeur dus goed gesloten houden en in elk geval de gouden karpers voor de organisatie behouden. Aandacht is daarbij het sleutelwoord: de tijd dat bedrijven kunnen zeggen ‘je mag blij zijn dat je een baan hebt’ is echt voorbij. Het nu is nu aan werkenden om te zeggen ‘als je me niet wil, dan ga ik toch naar een ander’. Zeker de jongere generatie heeft geen angst meer. Twee van mijn eigen collega’s hadden een jaar geleden geen zin in de economische crisis en zijn toen maar even een wereldreis gaan maken.’
Daarnaast is het noodzakelijk om, wanneer dat financieel mogelijk is, nu al aan de voordeur te gaan werven. ‘De arbeidsmarkt is nu nog iets ruimer dan over een half jaar. De verwachting is dat de economie vanaf het derde kwartaal 2010 dusdanig aantrekt, dat we echt weer een krappe arbeidsmarkt hebben.’
P&Oactueel heeft een groep op 
Vragen bij de door de schrijvers over de verwachte flexibilisering zijn:
Wat doen we met de investering in de noodzakelijke opleiding en training van de nieuwe flex-werkers?
Waar leggen we de verantwoordelijkheid voor de noodzakelijke ontwikkeling van personeel?
Welke spanning kan er door vergaande flexibilisering in de markt ontstaan ten gevolge van het optrekken van de AOW-leeftijd?
Welke consequenties heeft deze flexibilisering voor een eventuele pensioenopbouw?
Wat betekent dit voor mensen met een arbeidshandicap?
Het is bijzonder moeilijk om alle mogelijke consequenties van een mogelijk ver doorgevoerde flexibilisering voor de werknemers te overzien.
Mijn zorg gaat hierbij niet zozeer uit naar de categorie, relatief zelfredzame, hoog opgeleiden, maar juist naar de categorie laagopgeleiden en mensen met enige afstand tot de arbeidsmarkt. Met name voor werknemers in de categorie "zware beroepen".
Het sociale klimaat kan hierdoor veranderen in een "ieder voor zich en God voor ons allen".