Het onvoorwaardelijk verzoek tot ontbinding van de werkneemster wordt toegewezen op grond van slecht werkgeverschap.
De situatie
Een vestiging van een uitzendbureau wordt half juli 2009 gesloten en de vestigingsmanager krijgt tijdelijk ander werk omdat ze half oktober 2009 met zwangerschapsverlof gaat. Aan het werk in die tijdelijke functie zijn zeer strikte, wekelijkse persoonlijke doelstellingen verbonden. Door een samenwerking met een externe partij worden deze doelstellingen nog eens verzwaard. Van de hoogzwangere werkneemster wordt verwacht dat ze in twee maanden tijd bij 50 bedrijven persoonlijk een enquête afneemt. Meerdere keren geeft de werkneemster aan dat zij het werk zwaar vindt en dat ze haar doelstellingen niet kan behalen. Als begin 2010 blijkt dat de werkneemster verschillende bedrijfsbezoeken heeft geregistreerd, maar in werkelijkheid slechts telefonisch een enquête heeft afgenomen, wordt ze op staande voet ontslagen.
De vordering
Het uitzendbureau verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst, voor zover vereist, te ontbinden vanwege een dringende reden. Subsidiair beroept zij zich op gewijzigde omstandigheden.
Het verweer
De werkneemster stelt een tegen verzoek in. Voor het geval de kantonrechter de arbeidsovereenkomst niet ontbindt, vraagt de werkneemster om onvoorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst door gewijzigde omstandigheden.
Het oordeel
De kantonrechter wijst het verzoek van de werkneemster toe en overweegt daarbij dat een verzoek tot onvoorwaardelijke ontbinding na een ontslag op staande voet alleen kan worden toegewezen als de kantonrechter met zekerheid kan vaststellen dat het ontslag op staande voet in een bodemprocedure geen stand zal houden. De kantonrechter constateert dat deze eis veel verder gaat dan de toets die een kort geding wordt toegepast. Daar gaat het slechts om de afweging van en de inschatting van de kansen van partijen in een bodemprocedure. Maar in dit geval zal het ontslag in een bodemprocedure zeker geen stand zal houden. Het verzwaren van de functie van een hoogzwangere werkneemster, het wegwuiven van klachten over die taakverzwaring en de omstandigheden van het geval, maken dat er sprake is van slecht werkgeverschap. De verhouding tussen de werkneemster en de werkgever is zo verslechterd dat het verzoek van de werkneemster wordt toegewezen.
LJN BN2451
Kantonrechter Almelo
Ontbinding art. 7:685 BW
Eerste aanleg
17 mei 2010
Door mr. Ingrid Kooijman
