Dat zegt arbeidsrechtadvocaat Maarten van Gelderen in reactie op het voornemen van de school.
Even voor wie het nieuws heeft gemist: Een protestants-christelijke school in het Gelderse Emst is voornemens om een leerkracht te ontslaan omdat hij openlijk uitkomt voor zijn homoseksualiteit. De man heeft het bestuur van de basisschool laten weten dat hij homo is en dat hij met zijn vriend gaat samenwonen. Volgens het bestuur is een homoseksuele levenswijze in strijd met de grondslag en de uitgangspunten van de school. Om die reden mag de docent niet meer voor de klas staan. Minister Plasterk heeft aangegeven zich niet in individuele zaken te willen mengen en heeft derden gevraagd naar de Commissie Gelijke Behandeling te stappen. Het COC heeft dinsdag aangegeven dat te zullen doen.
Ontslag volgens de theorie
Volgens advocaat arbeidsrecht Maarten van Gelderen is het een ingewikkelde casus waarbij de zaken niet zwart-wit te zien zijn: ‘Dat komt omdat er twee fundamentele grondrechten met elkaar botsen: enerzijds de vrijheid van godsdienst en anderzijds het non-discriminatiebeginsel. Dat zijn grondrechten van gelijke waarde, de ene gaat niet boven de ander. Regels rondom discriminatie zijn verder uitgewerkt in de zogenaamde gelijkebehandelingswetgeving. Een bekend voorbeeld van deze, meer concrete, wetgeving is de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB). De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) toetst gevallen op basis van deze gelijkebehandelingswetgeving. Uitspraken zijn niet juridisch bindend, maar in de praktijk wel zwaarwegend, ook voor de rechter.
In de AWGB staat volgens Van Gelderen dat directe discriminatie (in dit geval is geen sprake van indirecte discriminatie) verboden is, tenzij er een wettelijke uitzondering is die regelt dat het wel mag. ‘En dus is het de vraag of er zo’n wettelijke uitzondering is. Het antwoord is opnieuw niet eenduidig. In de wet staat het volgende: “Het eerste lid (verboden onderscheid o.a. bij het aangaan en beëindigen van een arbeidsverhouding, redactie) laat onverlet dat de vrijheid van een instelling van bijzonder onderwijs om eisen te stellen aan de vervulling van een functie die gelet op het doel van de instelling nodig zijn voor de verwezenlijking van haar grondslag waarbij de eisen niet mogen leiden tot onderscheid van het enkele feit van politieke gezindheid, ras, geslacht, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat”.’
Volgens Van Gelderen staan hier drie dingen:
- Christelijke scholen hebben een bepaalde vrijheid wanneer ze op een bepaalde grondslag zijn gebaseerd en daar consequent beleid in voeren,
- waarbij het noodzakelijk voor hen is om in het personeelsbeleid onderscheid te maken om dat beleid verder te ondersteunen,
- maar dat mag er niet toe leiden dat mensen enkel op basis van hun seksuele voorkeur ontslagen worden.
Ontslag in deze zaak
In een eerdere zaak kwam de CGB al eens tot het oordeel dat een christelijke school ten onrechte had gezegd geen homoseksuele leraren in dienst te zullen nemen. ´Als je kijkt naar de motivatie die de CGB gaf, zie je dat men nog wel mee wil gaan in de eerste twee punten (zie hierboven), maar dat het expliciet weren van homoseksuele leraren niet in overeenstemming is met de derde voorwaarde. Het is daarom te verwachten dat de school in Emst ook in dit geval zal worden teruggefloten. ‘Het lijkt mij dan ook dat een ontslag zonder instemming van de leraar in kwestie juridisch weinig kansrijk is.’
Toch is er een kleine kans dat de CGB anders zal beschikken: ‘Het derde punt kun je heel letterlijk lezen. Je mag mensen niet ontslaan op hun seksuele voorkeur. Een schooldirecteur die die motivatie gebruikt, kan op zijn klompen aanvoelen dat dat geen stand houdt voor de CGB. Maar wanneer een school het argument gebruikt dat docenten de grondslag van een school moeten onderschrijven èn ernaar moeten leven, dan zou het misschien kunnen zijn dat de commissie tot een ander oordeel komt. Daar is namelijk nog nooit een uitspraak over gedaan. Dit komt in de praktijk vrijwel op hetzelfde neer, maar het is iets intelligenter geformuleerd.’
