Jongvolwassen vrouwen presteren in het onderwijs beter dan mannen. Toch vervullen mannen het merendeel van de topfuncties. Dat vrouwen vooralsnog minder doorstromen, ligt onder meer aan het feit dat zij meer dingen belangrijk vinden in het leven. Werkgevers kunnen er hun voordeel mee doen.
Dat blijkt uit onderzoek van Cathy Theunissen. Zij schreef hierover een masterthesis voor haar studie Klinische en Gezondheidspsychologie aan de Universiteit Utrecht.
Probleem
Vrouwelijke studenten doen het op bijna alle fronten beter dan mannelijke studenten, zegt Theunissen. ‘Een normaal patroon zou dan zijn dat de vrouwen ook een inhaalslag maken op de arbeidsmarkt. Maar niets is minder waar, het zijn de mannen die uiteindelijk in de topfuncties terecht komen. Dit hebben we al gezien bij de generatie voor ons en het verandert niet. Aangezien hoogopgeleide vrouwen met hun capaciteiten meer zouden kunnen bijdragen dan zij op dit moment doen, is het belangrijk om in kaart te brengen waar het mis gaat. Wanneer die redenen bekend zijn, kan er actie ondernomen worden.’
Meerdere rollen
Een deel van het verschil wordt verklaard doordat vrouwen meerdere rollen belangrijk vinden, bijvoorbeeld de rol van zoon/dochter, vriend(in), student en levenspartner. ‘Vrouwen hechten meer belang aan hun studie, aan vriendschappen en aan gezinsbanden, dan mannen. Dat vrouwen hun studie belangrijker blijken te vinden dan mannen, kan de betere prestaties op studiegebied deels verklaren.’
Het is opvallend dat jongvolwassen vrouwen aan alle sociale rollen meer belang hechten dan mannen. ‘De studerende vrouwen blijken zich op zoveel mogelijk gebieden tegelijk te willen bewijzen. Dit zie ik ook terug bij mijzelf en mijn vriendinnen.’
Carrière
Andere levensbezigheden staan het hebben van een carrière in de weg, zegt Theunissen: ‘Ik denk dat vrouwen er vaak voor kiezen om na het afronden van een universitaire studie geen carrière te maken. Zij willen zich op meerdere gebieden ontplooien en hebben daarbij zelfbepaling hoog in het vaandel staan. Zolang ze zelf maar weten en bewezen hebben dat ze wel de capaciteiten hebben. Jonge vrouwen willen wel laten zien dat zij op een hoog niveau kunnen studeren en hechten daar veel waarde aan, ook al zijn zij niet altijd carrièregericht. Ze zijn dus wel ambitieus, maar dan op meerdere vlakken.’
Daartegenover staan de mannen. Uit het onderzoek blijkt dat de carrièreambitie van jongvolwassen mannen iets groter is dan van vrouwen en dat mannen werk ook iets vaker als hun primaire levensfactor zien. ‘Daarnaast speelt stereotypering waarschijnlijk een rol. De man is al gauw ‘standaard’ en de vrouw wijkt af. Dit is bijvoorbeeld te zien aan de benoeming van hoogleraren; bij vrouwelijke hoogleraren staat er “mw. prof. dr.”, terwijl bij mannen het geslacht niet wordt vermeld.’
Tips voor P&O
Dat mannen in topfuncties terecht komen (terwijl ze het op school niet beter doen), komt dus mogelijk door motivatie, genderspecifiek gedrag en stereotypering. ‘Wanneer de stereotypes doorbroken worden en er meer vrouwelijke rolmodellen beschikbaar zijn, zouden mogelijk meer jongvolwassen vrouwen gestimuleerd worden om in de toekomst carrière te gaan maken. P&O’ers zouden dus kunnen voorkomen dat alleen mannen in de hogere functies terecht komen.’
Een ander soort organisatie komt dan algauw in beeld: ‘Bijvoorbeeld een organisatie die niet alleen gefixeerd is op traditioneel mannelijke carrièretrajecten (opleiding - carrière - pensioen), maar ook werk/zorg-combinaties faciliteert. Hierbij kan gedacht worden aan een klimaat waarin het “sexy” is om op tijd naar huis te gaan en waarbij er geen borrels meer zijn rond etenstijd.’
door
Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel.
16 jul 2012