Niet de cao, maar je afkomst bepaalt wat je verdient in de bouwsector. Discriminatie komt op grote schaal voor. Dat zegt Masja Zwart, bestuurder van FNV Bondgenoten.
De FNV deed onderzoek in de Eemshaven en zag daar dat Nederlanders het meest verdienen (circa 16 euro per uur), Portugezen en Spanjaarden daaronder zitten en vervolgens de Polen komen. Het minste verdienen de ‘nieuwe Europeanen’: de Roemenen en Bulgaren. Zij verdienen maximaal 9 euro per uur. Opdrachtgevers en aannemers bevestigen het verhaal tegenover de FNV, zegt de vakbond.
Discriminatie
Volgens Masja Zwart is het pure discriminatie wanneer je nationaliteit bepaalt wat je op een bouwplaats verdient. ‘In Nederland hoor je betaald te krijgen volgens de geldende cao voor het werk wat je doet. Waar je vandaan komt is niet belangrijk. De minimumlonen zijn immers vastgelegd in de cao. Toch komt het op grote schaal voor. Loop een bouwplaats op en je ziet daar grote groepen buitenlanders aan het werk. Dat is niet omdat wij geen metselaars en timmermannen hebben in Nederland, het is omdat werkgevers zo minder kunnen betalen. En die mensen: die zijn allang blij dat ze kunnen werken.’
Probleem
Als dat laatste zo is, wat is het probleem dan? Zwart: ‘We hebben in Europa afspraken gemaakt over de beloning van werknemers. En de afspraak is: wanneer je mensen detacheert, betaal je ze volgens de wetten en de CAO van het land waar ze komen te werken. En dat gebeurt dus niet. En de concurrentie is zo moordend hoog, dat bedrijven die zich wel aan de regels zouden houden, binnen korte tijd op de fles zouden gaan. Ze moeten zich dus allemáál aan de regels gaan houden.’
Twee constructies
Werkgevers gebruiken twee constructies om minder loon te kunnen betalen. De eerste is via de detacheringsweg: ‘Bijvoorbeeld mensen in dienst van een Pools bedrijf die hier werk komen doen. Volgens de detacheringsrichtlijn moeten ze betaald worden volgens de wet en de cao van het gastland. Maar ze krijgen alleen het minimumloon. Dat is tegen Europese en Nederlandse wetten, daarover voeren we veel processen bij de rechter.’
De tweede constructie is die via het uitzendbureau. ‘Je moet volgens de wet rekenen volgens de CAO van de inlener, maar de meeste uitzendbureaus betalen alleen maar het minimumloon. Bovendien worden (terwijl dat expliciet niet mag) allerlei kosten voor bijvoorbeeld huisvesting ingehouden. Daardoor is arbeid soms wel 40 procent goedkoper ten opzichte van Nederlandse vaklieden.’
Onmogelijk goedkope prijzen
Als grote groepen buitenlandse bouwvakkers hierheen komen, kun je op je klompen aanvoelen dat er onderbetaald wordt, zegt Zwart: ‘Grootverdieners doen een aanbesteding en gaan vervolgens in zee met de goedkoopste onderaannemer. Ze berekenen niet of zo'n contract voldoende ruimte biedt om het verplichte cao-loon te betalen. En zelfs de overheid verzuimt in aanbestedingsprocedures een sociale paragraaf op te nemen. Vaak krijgt de laagste bieder de klus en die prijs is zo laag door te concurreren met de lonen van werknemers.’
Dalende lonen werknemers
Buitenlandse uitzendkrachten hebben volgens de vakbond geen idee van wat ze hier moeten verdienen en kunnen in deze crisistijd ook niet kieskeurig zijn. Werk is werk. Nederlandse bouwvakkers komen door die concurrentie steeds minder makkelijk aan de bak. Een Nederlands bedrijf als Fabricom bouwt aan de energiecentrale van Nuon samen met een Italiaans en Frans bedrijf. Het gros van hun werk wordt uitgevoerd door uitzendkrachten uit lagelonenlanden. Niet door de 'dure' eigen werknemers. Zwart: "Voorlopig lijkt dit het resultaat van één Europese arbeidsmarkt te zijn. Vrijheid en flexibiliteit voor werkgevers, en dalende lonen voor werknemers."
Politiek
In Den Haag gebeurt evenwel weinig, zegt Zwart: ‘Zeker met dit kabinet. Staatssecretaris De Krom is eerder voor meer liberalisering; hij wil werkgevers maximale vrijheid geven. En politieke partijen? Die kijken vooral naar de wet, en die is op zich goed. Hij moet alleen nageleefd worden.’
door
Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel.
23 mei 2012