Artikel

Chauffeurs beschuldigen werkgever van verdringing

0 1552 Personeel

Een transportbedrijf verlaagt de functies van een deel van zijn chauffeurs. Een aantal van hen stapt naar de rechter om de functieverlaging aan te vechten. Volgens hen is er sprake van verdringing: hun werk is overgenomen door goedkopere buitenlandse chauffeurs.

 

De situatie

Veertien chauffeurs zijn in dienst bij een transportbedrijf. Ze zijn aangenomen als internationale chauffeur. Ze rijden op landen als Oostenrijk, Frankrijk en Italië en zitten daardoor in salarisschaal E. De dagelijkse praktijk van het bedrijf verandert door de economische omstandigheden en de chauffeurs rijden nu voornamelijk op België, Nederland en een klein stukje Duitsland en daarbij hoort de lagere salarisschaal D. Het bedrijf besluit die salarisschaal toe te passen. In de cao Goederenvervoer Nederland staat een bepaling dat werknemers die buiten hun schuld werk moeten doen van een lager gewaardeerde functie, na 13 weken in de bijpassende lagere loonschaal worden geplaatst. Het loonverschil wordt omgezet in een persoonlijke toeslag die met een kwart per jaar wordt afgebouwd. Bij werknemers boven de 50 met een dienstverband van meer dan 10 jaar en werknemers die langer dan 25 jaar in dienst zijn, wordt de toeslag niet afgebouwd.
De chauffeurs zijn het niet eens met de terugplaatsing in functieschaal en stappen naar de rechter.

De vordering

In eerste aanleg vragen 14 internationale chauffeurs van het bedrijf aan de rechter om voor recht te verklaren dat hun functie niet teruggeschaald mag worden. De chauffeurs voeren onder meer aan dat er sprake is van verdringing: de internationale transporten worden nu gedaan door goedkopere buitenlandse chauffeurs, terwijl de functieschaal van de Nederlandse chauffeurs wordt verlaagd. De rechter oordeelt dat zij die verdringing niet voldoende hebben kunnen bewijzen en wijst de vordering af. Zeven chauffeurs gaan in hoger beroep.

Het verweer

De werkgever zegt dat hij niet de internationale chauffeurs van hun buitenlandse ritten heeft afgehaald maar dat die ritten er nauwelijks meer zijn.

Het oordeel

Het hof oordeelt dat er geen sprake is van verdringing van Nederlandse chauffeurs door buitenlandse. Uit de getuigenverhoren is duidelijk gebleken dat door de economische crisis het aantal internationale ritten is afgenomen. Steeds meer transport vindt per boot en trein plaats, waardoor dan alleen de ritten naar havens en stations overblijven. Het bedrijf, dat ook ondernemingen heeft in andere Europese landen, probeert bij de overgebleven ritten zo efficiënt mogelijk de chauffeurs in te zetten. En daarbij worden ook die andere buitenlandse ondernemingen ingeschakeld. Het transportbedrijf heeft dit alles met cijfers onderbouwd.

Werknemers moeten voorstel aanvaarden
Het transportbedrijf heeft als goed werkgever het voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden kunnen doen, oordeelt het hof.
Het voorstel zelf was ook redelijk, gezien de reden voor de terugschaling en het feit dat er in de cao een goede regeling staat voor de afbouw van het salaris in zo’n situatie.
Als laatste moet het hof beoordelen of de werknemers het voorstel ook moesten aanvaarden. Ja, zegt het hof. De gewijzigde maatschappelijke en economische omstandigheden zijn niet de schuld van de werkgever, en de werkgever komt de werknemers via de cao tegemoet met een afbouwregeling.

LJN BY4057
Hof Den Bosch
Eenzijdige wijziging arbeidsvoorwaarden
Hoger beroep
20 november 2012

Door mr. Ingrid Kooijman »

door Ingrid Kooijman laatste update:2 apr 2013

reageer

Of registreer je om te kunnen reageren.